Met uw/jullie gift hebben we mondkapjes kunnen maken en uitdelen, de nodige informatie hierover kunnen geven en 24 zakken rijst van 50 kilo kunnen uitdelen. Wij willen iedereen hartelijk danken voor de financiële bijdragen.
Persoonlijk voel ik me altijd wat ongemakkelijk als mijn naam genoemd wordt bij het bedanken. Ik zie het als iets dat weinig moeite kost en wat ik zelf erg leuk vind om te doen en niet als iets bijzonders. Met mij zijn er nog heel veel anderen die hetzelfde doen. Maar er is me vanuit Gambia gevraagd om de foto’s en filmpjes op internet en de website te zetten. Vandaar. En dan kom ik bij het volgende punt: er is nog steeds hulp nodig. Nu, volgende week en waarschijnlijk ook volgende maand. Dus giften zijn nog steeds welkom. Ook zijn we op zoek naar nieuwe donateurs. Mensen die een vast bedrag per maand overmaken, zodat we een vaste bron van inkomsten hebben om de kosten van het Health Center en School for disabled children te dekken. Ons benefietfeest van juni is niet doorgegaan en dat merken we. Ik ben een fan van Nelson Mandela, dus hier komt weer een quote: Zolang armoede bestaat, is er geen echte vrijheid.
In Gambia is Corona zich behoorlijk aan het verspreiden. Sinds een paar dagen is het dragen van een mondkapje voor iedereen boven de twee jaar verplicht. Het kost niet veel om een mondkapje te maken. Maar de gezinnen zijn groot. En sinds half maart is het leven in Gambia een stuk zwaarder geworden en heeft niet iedereen de financiële middelen om zijn gezin van een mondkapje te voorzien. Daarom willen we in het skillcenter voor iedere bewoner van Jiboro een mondkapje laten maken. En daarbij de nodige informatie geven hoe te gebruiken.
Het gaat nu even niet over de discussie of mondkapjes nu wel of niet helpen. Het is verplicht in Gambia.
Het materiaal moet gekocht worden en daarvoor vraag ik om jullie steun. Een euro is al voldoende om twee mondkapjes te maken.
Weer terug uit Gambia kan ik, Mirjam Abbes, het volgende melden:
Sinds november hebben we 4 nieuwe leerlingen en voor allemaal hebben we een nieuwe sponsor gevonden. Het is verbazingwekkend hoe snel nieuwe kinderen met behulp van de anderen hun draai vinden. Na enkele weken zie bijna geen achterstand meer.
Satou, Amadou en Famara zitten de in de groep met jongere kinderen. Met behulp van de anderen en de laptop leren ze zo snel mogelijk gebaren zodat we makkelijker met ze kunnen communiceren. Kerim zit bij de groteren en is een goede aanwinst voor de rest van de groep: rustig en heel leergierig. Op deze pagina vindt u informatie over de gesponsorde kinderen.
De bantaba is bijna klaar en we kunnen er al volop gebruik van maken. Het is een fijne plek om in de pauze te zitten: in de schaduw met wat wind. De jongens hadden de bantaba al tot voetbalplek gebombardeerd en baalden dat ze moesten verhuizen met hun bal. Maar sinds kort is er een plek om te voetballen op ons terrein. Dus in de pauze wordt het schooluniform gewisseld voor voetbalshirt.
De sinasappelbomen groeien en er is een start gemaakt met de groentetuin. Samen met de kinderen worden er groentes verbouwd die ze mee mogen nemen naar huis. Een leerzaam en leuk project.
In het skillcentrum is het bed bijna af. Hierna zal er een start gemaakt worden om samen met de jongens een houten speelhuis voor het terrein te maken. Al met al ben ik trots op hoe het eruit ziet.
In de afgelopen weken had ik gasten vanuit Nederland. Die hebben meegeholpen op school. En vanuit mijn school in Nederland hebben we met een donatie rekenmateriaal kunnen kopen: rekenwonderdozen. Eerst moesten we de leraar uitleggen hoe het werkt, maar hij was erg enthousiast. Leuk om met de kids op een wat andere manier bezig te zijn.
Op het heathcenter gaan we verder met de renovatie. Het dak is bijna af. Hopelijk hoeven we in het komende regenseizoen geen bakjes en emmers meer neer te zetten. Er is nog geld over dus we kunnen als het dak af is de volgende stap zetten. Verder ben ik druk bezig om de contacten tussen de verschillende scholen voor dovenonderwijs warm te houden. Dit is zo belangrijk. In maart zullen we een workshop houden voor de leraren van de verschillende scholen in Jiboro, zodat David er ook bij kan zijn.
Hartelijk dank aan iedereen die zich in de laatste periode op de één of andere manier voor ons ingezet heeft.
Het nieuwe schooljaar is goed begonnen. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik niet meer altijd nodig ben op school. En dat is een goed gevoel. We zijn na drie jaar tot een systeem gekomen waar we ons allemaal in kunnen vinden. Het is werkbaar voor de leraren. En het voldoet aan het beeld dat ik voor ogen had toen we drie jaar geleden begonnen.
Het meest trots ben ik erop dat het de leraren gelukt is om alle kinderen aan het werk te houden ondanks de verschillen in leeftijd en leervermogen. En dat zou nooit gelukt zijn zonder al het materiaal dat we gekregen hebben. In de afgelopen periode was ik in Gambia en heb ik voor alle kinderen werkbladen gekopieerd. Dat maakt het lesgeven zoveel gemakkelijker. En ik besef dan ook dat ook de andere vier dovenscholen recht moeten hebben op al dit materiaal. De opmerking van een leraar van een andere school: “Ja, maar jij bezit zoveel materiaal, dan is het lesgeven makkelijker.” was terecht.
We zijn in september weer met 5 scholen op kamp geweest. Dankzij een donatie van de Paradijsvogel in Vogelenzang was het vervoer weer uitstekend geregeld en kon ik heel wat materiaal voor die dagen kopiëren. De kinderen hebben gezwommen, geknutseld, naar lezingen geluisterd en vooral: elkaar weer ontmoet. En voor mij persoonlijk: Vorig jaar tijdens het eerste kamp heb ik geopperd dat de leraren van de 5 verschillende scholen meer zouden moeten samenwerken. En dat is heel serieus opgepakt. We proberen nu alle neuzen naar één kant te krijgen.
Ik heb mijn eerste workshop over onderwijs gegeven aan 17 leraren dovenonderwijs. Vragen die centraal stonden: wat verwachten we van onze leerlingen? Hoe maken we ze tot zelfbewuste volwassenen, die in staat zijn goede keuzes te maken? Minder klassikaal onderwijs, meer in groepen werken. Leerlingen verantwoordelijk maken voor hun eigen prestaties, bv door presentaties voor de klas te geven. Alle leraren zitten nu in een appgroep. En elke keer als ze iets nieuws geprobeerd hebben plaatsen ze hun ervaringen in die groep, zodat anderen ervan kunnen leren.
Er is nog elke ochtend ontbijt. Het skillcenter loopt goed. In de komende week gaan de jongens een bed in elkaar zetten. Fatu is op de woensdagen gestart om te leren naaien. En door een nieuwe sponsor hebben we een nieuwe leerling erbij gekregen.
De bantaba voor de school is bijna af. Nu kunnen leerlingen buiten op een overdekte plek ontbijten, spelen en leren. Dus nu kunnen we starten met de aanleg van de tuin. In november zal er een hele rij sinasappelbomen geplant worden. Daarna bananen en groente.
Hartelijk bedankt voor jullie bijdrage afgelopen jaar.
Op 22 juni 2019 hebben wij officieel afscheid genomen van Ineke de Rijk. Zij is de oprichter geweest van de Care Foundation The Gambia.
Onderstaand enige historie van het Health Center en een persoonlijk bericht met een oproep voor de school voor kinderen met een beperking van Ineke.
2008: Stichting Care Foundation The Gambia bouwt in het dorp Jiboro een Health Center. Het doel is om de levensomstandigheden van de bewoners van het dorp Jiboro en omstreken te verbeteren. Ineke de Rijk en Mustapha Jarju zetten zich met behulp van veel vrienden van de stichting in om de bouw te realiseren.
2019: We zijn nu 11 jaar verder en het Health Center doet nog steeds dienst. De gezondheidszorg is in al die jaren sterk verbeterd. Maar het gebouw is aan een grote renovatie toe. Het neerzetten van een gebouw is al een grote uitdaging, maar het na al die jaren in een goede conditie houden is veel moeilijker.
Ineke laat dit bericht achter:
Beste sponsoren, donateurs en belangstellenden van de St. Care Foundation The Gambia, Bijgaand mijn laatste nieuwsbrief met betrekking tot de School voor Kinderen met Beperking van juli 2018.
Zo dankbaar wat er in de afgelopen 1 1/2 jaar is gebeurd en dat het ZO GOED GAAT!!!!!! Dat onze droom om iets voor deze kinderen te doen wordt waargemaakt en dat ook mede door sponsoren en donateurs.
Ik hoop namens de kinderen dat jullie ons blijven ondersteunen. En dat wij een spaarpotje kunnen maken voor extra uitgaven,. Om de kinderen iedere dag een ontbijt te kunnen geven, om in de de transportkosten te kunnen gaan voorzien, om het jaarlijkse schoolreisje te blijven doen.
En als jullie misschien een laptop hebben die je niet gebruikt dan kunnen onze kinderen die heel erg goed gebruiken.
Geef jullie nog even het bankrekeningnummer en hoop dat jullie een donatie willen doen: NL69 INGB 0002322898 tnv. St. Care Foundation The Gambia . ovv “sskb Jiboro”
Mochten jullie dus een laptop voor ons hebben neem dan even contact met mij of de stichting op.
Namens de kinderen alvast heel hartelijk dank!!!!!!
Beste sponsoren van de leerlingen van de Jiboro school,
De kinderen zijn weer bezocht en ik heb foto’s van de leerlingen gemaakt.
De school ziet er na de verbouwing erg netjes uit. Leraren en Headteacher zijn trots op nieuwe gebouw en gaan er goed mee om.
De meeste kinderen ken ik nu 5 jaar en het is fantastisch om te zien hoe ze groeien en veranderen. In het begin waren ze nog heel afstandelijk naar mij, maar dat is na al die jaren veranderd. Ze praten honderd uit en vragen me soms ook naar hun sponsorouders. Voor hun is het al erg belangrijk om te weten dat er iemand vanuit een ander land met ze meedenkt en ze probeert te ondersteunen.
Helaas gebeurt het ook elke keer weer dat er een kind niet meer op school is. Meestal gaat het dan om meisjes die getrouwd zijn. Gelukkig is de Gambiaanse maatschappij tegenwoordig actief op dit gebied. Zodra leraren vermoeden dat meisjes uitgehuwelijkt gaan worden, vinden er gesprekken met ouders plaats. Men is zich ervan bewust dat ook meisjes recht op educatie hebben. Maar helaas gebeurt het nog wel eens helemaal in het geheim. Dat is confronterend: je zet zo een meisje elk jaar op de foto in de hoop dat ze een goede toekomst zal hebben.
Ik dank iedereen weer voor de financiële ondersteuning. Zonder u zou dit niet mogelijk zijn.
Terugblikkend op mijn verblijf in Gambia kan ik weer de balans opmaken. Wat hebben we bereikt, wat hebben we nog niet bereikt en wat zijn de volgende stappen?
De grootste mijlpijl die we bereikt hebben is de komst van de laptops op de school voor dove en zwakbegaafde kinderen. Wat een pluspunt is dat. Ik kijk tevreden naar 7 kinderen op een rijtje, die allemaal individueel op eigen tempo de programma’s kunnen afwerken die ik gemaakt heb in de afgelopen maanden. Niets ruzie, niet trekken aan elkaar, niet eindeloos moeten wachten tot je aan de beurt bent. Maar een uur lang werken en opgaan in je eigen ding. De eerste dag was een echt feestje.
Jammer, dat de laptops niet mee in de tas naar huis mochten. Dus we moesten even druk gebaren, dat de laptops van school zijn. Bij deze wil ik de Driessen Groep hartelijk bedanken voor het doneren van deze laptops.
De meeste leerlingen kennen nu zo een 150 gebaren. In de afgelopen weken zijn we begonnen met de werkwoorden. Dat is een stuk lastiger. Woorden als koe, banaan en auto zijn makkelijker aan te leren dan werken, stelen en praten. En ook worden als boos, verdrietig en blij zijn lastig. Door middel van toneelstukjes hebben we deze woorden aangeleerd. En daarbij werd heel wat afgelachen.
Elke ochtend starten de kinderen voor schooltijd met het ontbijt. En het werken op het skillcenter voor de oudste jongens loopt goed. Ze hebben ondertussen veel geleerd en gaan met plezier aan het werk. De eerste ontwerpen van bankjes zijn gemaakt.
Ook deze keer zijn drie leerlingen van mijn school in Nederland mij komen opzoeken en hebben de hele week meegeholpen op school. Ook dat was weer heel bijzonder. In de eerste plaats voor de dove leerlingen die extra aandacht krijgen en geholpen worden in een één op één situatie. Maar ook zeker voor deze leerlingen zelf. Ik merk dat hun kijk op dingen toch breder wordt: wat hebben wij het toch goed in Nederland en waarom waarderen we niet elke keer dat we het zo goed hebben? Het is heel fijn om zulke gesprekken met leerlingen te hebben, iets waar je in Nederland in het onderwijs niet elke keer aan toe komt.
Deze keer zijn er veel bezoekers langsgekomen in Jiboro. Het is goed om mensen te kunnen laten zien wat er met hun geld gebeurt en hoever we gevorderd zijn. Ook vanaf Gambia zelf komen mensen het project bezoeken om te kijken of ze zelf ook zoiets kunnen opzetten. Vooral voor zwakbegaafde kinderen is er nog niet veel op dit gebied. Dus de eerste connecties zijn gemaakt en ik hoop dat ik hiermee ook andere stichtingen kan verder helpen.
Tot slot hebben we een goede vergadering op het Health Center gehad. We hebben plannen gemaakt voor een totale renovatie. Na 20 jaar is er veel aan vervanging toe. We hebben foto’s gemaakt van alles wat moet gebeuren. Op 22 juni hebben we in Nederland een benefiet waarbij we proberen om genoeg geld op te halen zodat we alles in één keer kunnen renoveren. Het belangrijkste dat moet gebeuren is een heel nieuw dak, zodat we het volgende regenseizoen droog kunnen doorkomen. Over dit benefiet zal over een tijdje meer informatie komen.
We hebben in elk geval wel al door een gift van de kerken in Emmeloord alle waterleidingen kunnen vervangen en de watertank kunnen repareren.
Dit keer heb ik ook tijd gehad om de kinderen van de Jiboroschool te bezoeken die in ons sponsorproject zitten. Ik heb ze gesproken en op de foto gezet zodat de sponsorouders in Nederland zien hoe het met hun sponsorkind gaat.
De volgende stappen zijn: de bouw van de Bantaba (overdekte speelplaats), de aanleg van de schooltuin en het aansluiten van de elektra op de school voor dove en zwakbegaafde kinderen. En de komende tijd zal in het teken staan van de benefiet voor de renovatie van het Health Center.
Nogmaals iedereen bedankt, die zich op de één of andere manier inzet voor de Stichting.
Beste vrienden en sponsoren van de school for disabled children,
Hierbij een update van de school.
We hebben een goede start gehad op school en we hebben weer een paar nieuwe stappen gezet.
Vanaf september krijgen de kinderen elke ochtend ontbijt. Zo worden de lessen gestart met een volle maag en tevreden gezicht.
In september zijn we met 8 dove kinderen van de school mee op kamp geweest. Dit kamp werd georganiseerd door Binta Badjie. Zij is een dove lerares en doet veel op het gebied van dovenonderwijs, werkverschaffing aan dove vrouwen en vecht voor de acceptatie van de dove mensen in de maatschappij. Totaal gingen er 50 kinderen en 12 docenten van 5 verschillende scholen mee. Die ontmoeting was erg goed. We hebben veel van elkaar geleerd en hebben goede gesprekken over de toekomst van het dovenonderwijs gehad. En de kinderen hebben genoten: eten en slapen in een echt hotel, zwemmen in een zwembad. De meeste kinderen hadden dit nog nooit meegemaakt. Tussendoor hebben ze lezingen bezocht over de rechten van het kind en over kindermisbruik.
De tandarts kwam langs om de gebitten van de jongsten te controleren en tips te geven. Mijn leerlingen waren de jongsten en die hebben zich verbaasd over de toilet, de douche, mes en vork en nog heel veel meer.
Op 3 oktober hebben we ons skillcenter binnen de school geopend. De vijf oudste jongens gaan elke woensdag houtbewerking leren. Twee zijn doof en drie zijn zwakbegaafd. De achterliggende gedachte is dat ze ook iets leren waarmee ze na school aan de slag kunnen. Misschien dat het lukt om in de toekomst in hun eigen dorp een workshop te openen waar ze spullen kunnen maken, verkopen of repareren. Tijdens de eerste les had ik door dat het een schot in de roos was: deze kinderen kennen zo weinig succeservaringen en hoe mooi is het dan dat je toch de plank door het midden kan zagen.
Het ontbijt en het skillcenter zijn mogelijk geworden door twee extra sponsoren. Daar zijn we heel erg blij mee.
Op 7 januari vertrek ik weer. We zijn alweer nieuwe plannen aan het maken. Dat stopt nooit. Dus in februari zal ik weer van me laten horen.
Afgelopen maandag hebben de leraren de deuren van de school weer gesloten voor een welverdiende zomervakantie. Zelf ben ik al een maandje thuis, maar ik beleef de laatste schooldag altijd alsof ik er zelf bij ben.
Zo aan het eind van het schooljaar is het altijd goed om te overdenken wat we het afgelopen jaar bereikt hebben. Wat voor een school zijn we nu? Is dit wat we ervan verwacht hadden? Is dit wat de dove en verstandelijk beperkte kinderen nodig hebben? En vooral: hoe gaan we volgend schooljaar verder?
De maandagochtend is het enige gezamenlijke moment van de week. Dan herhalen de kinderen alle gebaren die ze kennen. Ze kennen er nu ongeveer 150. Ik heb een document voor de laptop gemaakt met van elk gebaar een plaatje en het woord. Iedereen wil als eerste het goede gebaar bij het plaatje maken, dus die competitie maakt het erg levendig en gezellig. Dit document gebruiken we niet alleen op de maandagochtend, maar ook op de andere dagen.
De jongere leerlingen kunnen alleen of met z’n tweeën de gebaren zelf oefenen. De oudere leerlingen werken ook met het document maar dan zonder de woorden erbij. Die moeten ze opschrijven in hun schrift. Voordeel van de laptop is dat kinderen zelfstandig werken. Ik heb er zoveel moeite voor moeten doen om de kinderen zover te krijgen. Ze hebben altijd de neiging om te wachten tot je naast ze staat. Dan gaan ze hun werk pas doen. Maar met zoveel verschillende niveaus is dat onhaalbaar. Dus persoonlijk ben ik erg blij met deze mijlpaal. We hebben nu twee laptops tot onze beschikking. Dus we hopen nog op een derde. Ja en net als in Nederland hebben kinderen heel snel door hoe een laptop werkt.
In de 8 weken dat ik op school was heb ik weer veel vooruitgang gezien. Bij de leerlingen en bij de leraren. De kers op de taart was in deze periode het uitje met de kinderen. We zijn met z’n allen naar Paradise Beach geweest en hebben enorm genoten. Zwemmen, scheppen, voetballen, eten en drinken. Eerst bang zijn voor het water en daarna ons angst inboezemen door te ver het water in te gaan. Ik was blij dat Martin, mijn man erbij was. We kwamen ogen te kort. En dan blijkt opeens Fatou verdwenen te zijn. Alle gasten die op het stand waren hebben geholpen met zoeken. En Fatou vonden we terug op de parkeerplaats.
In de laatste week hebben drie leerlingen van mijn school in Nederland meegeholpen op school. Net klaar met hun eindexamen en enorm enthousiast. Een hele leuke ervaring. Ik had de gelegenheid om ze in te zetten in een één op één situatie. Dus de leerling die nog steeds moeite had met het schrijven van de getallen heeft dat na een week toch maar geleerd. Of het superslimme meisje, dat eigenlijk aandacht te kort komt leert nog meer woorden schrijven en heeft het gevoel dat er tijd aan haar besteed wordt. Leren tellen met een dobbelsteen en echte pinda’s. Maskers maken met heel veel glitters. Leren tandenpoetsen. En wie was het meest enthousiast: de leraar. Hij heeft in deze week gezien hoeveel we kunnen bereiken met de kinderen en dat heeft hem weer energie gegeven om verder te gaan. En dan vooral op de weg, die hij niet gewend is.
Maar er zijn ook moeilijke momenten. Het meisje dat zwakbegaafd is en toch niet meer van haar ouders naar school mag komen omdat ze niet willen dat ze gebarentaal leert. Het meisje dat in een dorp ver weg woont en niet met ons vervoer gehaald kan worden en niet elke dag zelf naar school kan komen. Het meisje, dat met haar moeder mee naar Senegal gaat en daardoor weken niet op school kan komen. Het is zo belangrijk dat de kinderen er elke dag zijn. Maar helaas lukt dat niet altijd.
Een ander punt van zorg zijn de financiën. Deze kinderen kosten veel meer dan we van tevoren gedacht hadden. Vooral het vervoer elke dag, benzinekosten en chauffeur, is een enorme kostenpost. Volgend schooljaar willen we elke dag ontbijt verzorgen. En het schooluitje is zeker iets dat we elk jaar willen herhalen. Dat hebben we dit jaar kunnen doen door een extra donatie.
Om dan toch antwoord proberen te geven op de vragen waarmee ik begon: We zijn een school waar kinderen tot hun recht kunnen komen doordat ze werken op hun eigen niveau. Er wordt nadruk gelegd op zelfstandig werken. We hebben gelukkig de beschikking over heel veel materiaal. Waar we nu na anderhalf jaar staan had ik niet verwacht, maar wel gehoopt. Ik besef dat ik dat met name te danken heb aan de leraren, die graag willen leren en samenwerken. Tegelijkertijd weet ik dat het nog heel veel beter kan. Maar dat is een mooie uitdaging. En dan de toekomst. Volgend jaar kunnen we door een nieuwe sponsor een skillcenter binnen school gaan openen. Dat betekent dat de 5 oudste jongens houtbewerking gaan leren op één dag in de week. En Ndumbeh gaat een naaicursus doen op diezelfde dag. Het afgelopen jaar schoot me vaak door mijn hoofd: we leren deze kinderen nu wel van alles, maar hoe komen ze als dove of zwakbegaafde nu ooit aan een baan? Met dit skillcenter hoop ik een oplossing voor dit probleem te hebben gevonden.
Beste vrienden, bekenden en sponsoren. Hartelijk dank voor jullie steun. Ik hoop dat we ook volgend schooljaar op jullie steun mogen rekenen
Maak kennis met Mirjam Abbes, een vrouw die zich zeer verbonden voelt met de inwoners van dat kleine land in Afrika: The Gambia.
Wie is Mirjam Abbes
“Mijn naam is Mirjam Abbes. In 2003 kwam ik voor het eerst in The Gambia, samen met de buurvrouw, die net daarvoor een documentaire over vrouwenbesnijdenis in The Gambia had gemaakt en me heel erg nieuwsgierig naar het land maakte. Ik vond het een geweldige ervaring en ben daarna elk jaar samen met mijn dochter een weekje op vakantie naar The Gambia gegaan. In Nederland ben ik werkzaam in het middelbaar onderwijs.”
Heimwee
“Gedurende die jaren begon het steeds meer te kriebelen dat ik in dit land niet alleen vakantie wilde houden maar ook een tijdje wilde werken. In 2012 kreeg ik de gelegenheid om via de Stichting “Care Foundation the Gambia” in het dorp Jiboro aan de slag te gaan.
Drie maanden meewerken op een nurseryschool. Ik kan me mijn verbazing op de eerste dag nog goed herinneren: de headteacher gaf me de sleutels en zei dat ik de komende drie maanden de headteacher mocht zijn, zodat hij het wat rustiger aan kon doen. De overvolle klassen. Het klassikale lesgeven. Het opdreunen van de getallen en het alfabet. Het gebrek aan materiaal. Maar vooral het ontbreken van een visie: wat wil ik bereiken met mijn leerlingen en waarom doe ik wat ik doe.
Na de slechte start met Buba de headteacher zijn we in die drie maanden vrienden voor het leven geworden. We hebben zoveel bereikt en het was zo ontzettend leuk.
Vooral de knutsellessen en het spelen in een kleuterlokaal waren mijlpalen.
Eenmaal weer thuis begon de heimwee. Niet zozeer naar The Gambia zelf, maar wel naar het werk dat ik er kon doen. Samen met mijn man hebben we een oplossing gezocht. Wij werken in Nederland op dezelfde school, op dezelfde afdeling en in hetzelfde vak. Ik heb gedeeltelijk ontslag genomen en als ik in The Gambia werk neemt hij mijn uren voor de klas over. De ideale oplossing dus. Op deze manier kan ik drie keer 6 weken per jaar in The Gambia zijn.”
Stichting Care Foundation The Gambia
“Ik ben nog steeds verbonden aan de “Stichting Care Foundation The Gambia”. De Stichting zet zich in voor de bevolking van Jiboro en omstreken. Er is een Health Center, een laboratorium, een skillcenter en een kinderadoptieplan waardoor een aantal kinderen naar de primary en secondaryschool kunnen gaan. Ik ben verantwoordelijk voor het onderwijs.
In november 2016 hebben we de School For Disabled Children geopend. Dat is een enorme uitdaging. We hebben nu 20 leerlingen waarvan de oudste 26 en de jongste 4 jaar is. De helft is doof de andere helft heeft een verstandelijke beperking. Er is één leraar en één klassen-assistent, die zelf ook lichamelijk gehandicapt is.
Dus niets klassikaal lesgeven, maar binnen één lokaal op drie niveaus ’s werken. En dat lukt redelijk. Samen met de twee heren kijken hoe het voor hun werkbaar is. Ik geef lessen en zij kijken en stellen vragen. Zij geven lessen en ik vraag steeds: waarom doe je het zo? Dat helpt om het onderwijs beter te krijgen.”
Uitdaging
“Maar de allergrootste uitdaging is nog steeds om iedereen te laten zien dat het wel degelijk zin heeft dat deze kinderen naar school gaan. Ik heb er voor moeten vechten om begrip voor deze kinderen te krijgen. Maar als ik dan zie dat de horende schoonmaakster voor het schoolbord staat en stiekem wat gebaren oefent dan heb ik een glimlach op mijn gezicht en denk ik dat we de goede kant op gaan.
Naast het werken voor de Stichting kom ik nog op heel veel andere scholen. Nursery, Primary, Secondary en de universiteit. Het is leuk om een tijdje ergens mee te draaien en wat te laten zien.
Doordat ik in Nederland zolang in het onderwijs zit heb ik zoveel tools waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Maar je bent echt bevoorrecht als je in een land als Nederland hebt gestudeerd en zolang hebt mogen werken. En als docent wil je altijd graag je kennis delen met anderen.”
Een leerzaam proces, voor iedereen
In de afgelopen 5 jaar heb ik geleerd dat je de lat niet hoog moet leggen, dat je het samen moet doen en dat het moet passen binnen de cultuur. Ik herinner me van de eerste dag nog dat er heel veel in mijn notitieboekje kwam te staan, maar dat ik uiteindelijk maar een paar punten heb aangepakt. Soms nemen leraren beslissingen waar ik niet achter sta, die dan uiteindelijk toch heel goed uitpakken. Daar leer ik weer van.
Ik ben lid geworden van de VSG in januari 2016. Daar ben ik blij mee. Ik kom graag op veel verschillende plekken en doe graag veel verschillende dingen. Door de VSG lukt me dat. Het is fijn om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen en mee te denken. En om met mensen op te trekken die ook graag in een land als The Gambia willen werken.
Mensen in Nederland zeggen wel eens: “Oh wat goed van je. Dat zou ik ook willen doen”. Maar dan denk ik altijd, dat ik deze keuze vooral gemaakt heb voor mezelf. Ik denk dat een mens altijd dat moet doen waar hij gelukkig van wordt en waar hij goed in is. Ik ben een docent en in Nederland is er zoveel veranderd in het systeem dat ik het gevoel had niet meer echt docent te zijn. Ik was meer begeleider, administrateur, hulpverlener. In the Gambia kan ik weer echt docent zijn.
Ik heb de afgelopen jaren zo een ontwikkeling meegemaakt. Ik heb ervaren wat ontwikkelingswerk is. Steeds weer moet ik mijn denkbeelden bijstellen. Waar is de Gambiaan nu echt mee geholpen?”
Een school… maar hoe dan verder?
“En dan op het gebied van onderwijs: Er worden heel wat scholen gebouwd door ons. En dat is hard nodig. Maar we moeten ons er ook om bekommeren wat zich daarna binnen die muren afspeelt. Ik kom wel eens op een school waar de stores vol staan met materiaal en speelgoed, maar er wordt niets mee gedaan omdat ze niet weten wat ze ermee kunnen doen. Of er wordt materiaal gedoneerd dat van zo een slechte kwaliteit is dat het door kinderen niet gebruikt kan worden.”
De toekomst
“Ik verwacht van de toekomst dat er meer aandacht komt voor het onderwijs. Ik weet dat er veel op het verlanglijstje van de nieuwe regering staat en dat het allemaal even belangrijk is als je een land moet opbouwen. Maar ik denk dat als de educatie van kinderen anders zou zijn we ook een andere generatie zouden kunnen creëren. Een generatie die keuzes kan maken, probleemoplossend kan denken, oorzaak-gevolg snapt, zich verantwoordelijk voelt voor zijn eigen werk. Daarmee zou The Gambia ook op veel andere gebieden geholpen zijn.”
Mirjam Abbes Contactpersoon van de School for disabled Children
Via deze nieuwsbrief wil ik jullie op de hoogte brengen van de vorderingen op de school.
Ik ben trots op wat de heren bereikt hebben. Er begint rust en regelmaat te komen. En de leraren beginnen te wennen aan een andere manier van lesgeven. Gelukkig zie ik niet altijd meer die verbaasde blik als ik iets probeer uit te leggen. En snappen ze wat ik bedoel.
In Gambia is men gewend om alles klassikaal te doen. En alles altijd op dezelfde manier. Dus je doet de getallen van 1 tot en met 20 achterelkaar en het alfabet van A tot en met Z achterelkaar. Bovenaan het bord staat de datum, daaronder het onderwerp van de les en daaronder de getallen of het alfabet. Ik vergat op een dag om het onderwerp op het bord te schrijven en plaatste dat onder de getallen. Vervolgens liep de hele les in de soep. Leraar in de stress want de kinderen maakten bij het getal 1 het gebaar voor numbers/getallen. En hij kreeg dat er niet uit. Boos werd de bordenwisser gepakt, alles uitgeveegd en opnieuw op het bord geschreven. Uiteraard in de goede volgorde. Ik heb uitgelegd, dat ze zo nooit snappen wat ze aan het doen zijn en dat de getallen vanaf die dag alleen maar door elkaar heen geleerd zouden worden.
We werken momenteel in vier groepen. In klaslokaal 1 zitten de oudere leerlingen. Zij leren nu spellen en rekenen. Ndumbeh is de slimste van de klas en heeft als enige door dat ze gebaren leert om te communiceren. De anderen zitten nog in de fase dat ze de gebaren doen als je iets aanwijst en ze het fijn vinden als wij enthousiast reageren omdat ze het goede gebaar laten zien. In hetzelfde lokaal zitten Wurry en Fatoumatta, twee verstandelijk beperkte leerlingen. Zij volgen een ander programma op hun eigen niveau.
In lokaal 2 zitten de jongeren kinderen. Zij leren voornamelijk gebaren. De kleuren door middel van het spelletje kleuren torentje, de getallen en het tellen van blokjes, de voorwerpen met behulp van kaartjes met voorwerpen. Na de pauze is het speeltijd. De puzzels die ze maken worden steeds moeilijker. De poppen, beer en het keukentje is erg favoriet.
En op de vrijdag hebben we nog steeds de twee broers. Ook verstandelijk beperkt maar zwaarder als de twee anderen. Bij deze jongens zie ik grootste vooruitgang. En ik krijg het vermoeden dat ze veel slimmer zijn dan wij denken. Ze beginnen Engelse woorden te spreken en we spelen memorie met ze. Ze zijn enorm veranderd in de tijd dat ze naar school gaan. Rustiger, vrolijker en toegankelijker. Ook sociaal gezien worden ze meer geaccepteerd. Ze helpen nu mee in de compound.
De laatste donderdag in januari zijn de ouders naar school gekomen. En vanaf nu zal dat elke laatste donderdag van de maand gebeuren. Ten eerste om te zien wat hun kind op school doet en leert. Ten tweede om de gebarentaal te leren. Ten derde om hun kind op weg te helpen in het sociale leven binnen het dorp. Ik bezocht Jainaba in haar compound en probeerde met haar te communiceren via gebarentaal. Het dorp liep uit, want als Toubab heb je nog veel bekijks. En iedereen begon te lachen om de gebarentaal. Ja, dan snap ik wel waarom zo een meisje niet antwoordt. We hebben dit met de ouders besproken en hun gevraagd om voor hun kind op te komen en dit niet te accepteren van de dorpsbewoners.
Dat de ouders in de klas waren had ook als voorbeeld dat we nu echt goed konden uitleggen wat het gebaar voor vader, moeder, broer, zus en baby was. De baby werd door de leraar van de schoot van de moeder gerukt en voor de klas getoond. Daarbij maakte hij het gebaar voor baby. De baby brulde, maar heeft een goede daad verricht. En ik was trots op de leraar omdat hij hiermee liet zien dat hij begrijpt dat alles veel meer in de praktijk gebracht moet worden.
Op mijn laatste dag in Jiboro is Binta met mij mee geweest. Zij is lerares Engels en Toneel op een middelbare school voor dove kinderen geweest, studeert nu op de Amerikaanse Universiteit in Gambia en is doof. Ik heb enorm veel respect voor deze vrouw. Intelligent, doortastend, baanbrekend. En toen ze mij aanbood om een dagje met me mee te gaan was ik enorm blij. Ze heeft Bakary wat tips gegeven en heeft laten zien hoe belangrijk het is om meer interactie in de les te hebben. Daarmee legde ze meteen de vinger op de zere plek. Maar Bakary nam de hulp aan, zette meteen de tafels weer in de U vorm en vroeg of ze vaker kon komen. In de zes weken dat ik er was hebben we veel bezoek vanuit Nederland gehad. Het is voor mij goed om te zien dat we op de goede weg zitten en om even te kunnen spiegelen. De kinderen genieten van het bezoek en de aandacht.
De kinderen worden elke dag gebracht en gehaald. Ze krijgen twee keer per week brood en thee op school. En ze hebben allemaal een uniform. Zijn ze ziek dan kunnen ze naar ons health center. Dus de zorg voor hun is op meerdere gebieden. Het gebouw is schoon dankzij Jarra, onze schoonmaakster. De kinderen zetten elke dag na school hun stoel op tafel en de leraar ruimt alles op. Ook dat is een proces van een paar maanden geweest. Helaas zijn niet altijd alle kinderen elke dag op school. Dus een groepsfoto met alle kinderen was dit keer helaas niet mogelijk.