Tijdens mijn 4e vakantie in the Gambia, kwam ik in contact met "Insight the Gambia". De dag na aankomst in the Gambia werd op de gebruikelijke voorlichtingsochtend door de hostess van de reisorganisatie de heer Phoday Touray geintroduceerd. Zijn uiteenzetting over de projecten die door de foudation opgezet zijn, spraken mij en mijn vriendin bijzonder aan. Wij besloten om de projecten te gaan bezoeken en maakten een afspraak met de heer Touray. Opgehaald bij het hotel door Mr. Touray reisden wij van Kololi naar Jiboro. Onderweg werd verteld hoe initiatieven tot de ontwikkeling van de foundation tot stand zijn gekomen en welke doelen er nagestreefd worden. Eén van de beelden die mij bij zijn gebleven, betreft de weg die wij volgden over het onverharde deel door de bush naar Jiboro. Westers als ik ben dacht ik: hier kan toch nooit een ziekenhuisproject worden gerealiseerd! Ondanks het feit, dat ik in eerdere vakanties tot aan de oostgrens van the Gambia was gereisd, en nog nooit een dergelijk project had bezocht of ook maar gezien had, kon ik mijn ogen niet geloven toen we in Jiboro aankwamen en het project daar aanschouwden.
De ontvangst was allerhartelijkst en de projectleider en Mr. Touray hebben ons rondgeleid door de medische hulppost, het ziekenhuis (dat al grotendeels was ingericht) en de in aanbouw zijnde tandartsen kliniek. Een verpleegkundige gaf uitleg over de medische noodzaak van het project voor het gebied dat op de grens met Senegal ligt. Het was heerlijk om even te keuvelen met de stucadoor die daar aan het werk was. Wij waren zeer onder de indruk van de mogelijkheden die hulppost en ziekenhuis in de toekomst zouden kunnen bieden.
Daarna bezochten wij het "vrouwen tuin project". Tot mijn stomme verbazing zag ik boerenkool planten, diverse koolsoorten en bieten die uit Nederland kwamen. De dames die wij spraken, vroegen ons wanneer deze groenten geoogst kon worden, en hoe deze gecombineerd zouden kunnen worden met het inlandse voedsel. Kennelijk was enige hulp gewenst en zo goed als mogelijk hebben we wat menu's samengesteld.
Vervolgens de daar aanwezige school bezocht en met de docenten gesproken over de noodzaak van het bieden van onderwijs. Klassen van 50 tot 55 kinderen bleken "normaal" te zijn. Gevraagd aan de docenten of dit te behappen was. Zij keken mij enigszins vreemd aan toen ik dit vroeg en haaste me te zeggen, dat het wellicht lastig was om zoveel kinderen te kunnen "handelen". Lachend vertelden zij, dat dit voor hen absoluut geen probleem was en dat zij niet anders gewend waren.

Als laatste bezochten wij een watertoren in aanbouw. De "uitvoerder" was buitengewoon mededeelzaam en vertelde vriendelijk over noodzaak en uitvoering van dit voor the Gambia nieuwe product.

Terug in het health center, werd ons een maaltijd aangeboden, waarna wij de terugweg aanvaarden.

Toen wij s'avonds terug waren in ons hotel en nog eens terug keken op de afgelopen dag, beseften we pas goed welk een baanbrekend werk er door de foundation verricht wordt. Het is belangrijk om met eigen ogen te zien, wat er voor geinvesteerde gelden gedaan wordt. Mocht er in de toekomst, op welke wijze dan ook hulp noodzakelijk zijn, dan ben ik gaarne bereid om hierin een bijdrage te leveren.

Ad van Yperen
Projectmanager vastgoedontwikkeling

Warme harten

Nan en Fred Hartmans sponsoren al een tijdje Yaya. Yaya is evenals zijn zusje Jainaba
doof, Jainaba wordt gesponsord door Coby Blokland en gelukkig kunnen zij nu allebei naar de St. John’s School for Deaf in Serrekunda.
Het is best een beetje een probleem voor de vader van de kinderen want ze wonen in Jiboro wat betekend dat ze niet iedere dag op en neer kunnen gaan naar Serrekunda, maar met hulp van de beide sponsorouders heeft de vader nu een klein huisje gehuurd waar hij met de kinderen kan wonen zodat zij ook onderwijs kunnen volgen wat anders niet mogelijk was. Op de St. John´s school leren zij gebarentaal, lezen schrijven en rekenen en als ze wat ouder zijn krijgen zij ook de gelegenheid een vak te leren zodat zij voor zich zelf kunnen gaan zorgen.

In november 2007 kwamen Nan en Fred naar Gambia zij wilden hun sponsorkind en zijn familie leren kennen, maar niet alleen daarvoor kwamen zij naar Gambia.
Nan kwam n.l. in februari 2007 in de VUT wat dan meestal betekend dat er op het afscheid cadeau´s worden gegeven. Maar Nan zei: Nee ik wil niet tig flessen wijn en bloemen maar als jullie wat willen geven dan het liefst een envelop met inhoud, want die wil ik aan de St. Care Foundation The Gambia geven.
En zo kreeg de St. CFTG in november een bedrag van € 2.300,00 overhandigd.
Een geweldig bedrag en daar zijn wij dan ook heel blij mee en namens de st. CFTG en de bevolking van The Gambia wil ik Nan heel hartelijk danken, het geld wordt gebruikt voor het Narang Health Centrum in Jiboro. Het is zo hart verwarmend om te zien wat men al zo doet om de St. CFTG te helpen.

Klik hier om naar de galerie te gaan.


De hemel is klein.

Zo wij zijn dus weer terug uit Gambia, 15 dagen in de rimboe en van veel verstoken. Maar dat is iets wat je weet als je daar naar toe vertrekt.
Natuurlijk bezoeken we ook de projecten welke door de kerk ondersteund worden. En dit jaar besloten we om 2 dagen naar Jiboro te gaan. Dat geeft ons wat meer ruimte en rust.
De vrouwentuin ligt er schitterend bij en we gaan inkopen doen omdat er iemand voor ons zal koken. We kopen daar bij de vrouwen radijs en tomaten, die daar veel te weinig voor vragen. 15 tomaten voor 15 eurocent, nee niet per stuk maar allemaal. Omdat we weten dat er ook een gezin van leven moet bestellen we er nog een “dotje” bij en betalen wat we denken dat deze vrouw toekomt. Daarna lopen we naar het oude ziekenhuisje, het nieuwe is nog niet klaar, en zien daar een echtpaar liggen. De man is heel erg verbrand, 3e graad. De vrouw is iets minder verbrand. Hij ligt op een bed en zij op de grond ernaast. Het is duidelijk dat de pijnen hevig zijn. Een echte dokter is er nog niet in het ziekenhuis, dit ivm het kostenplaatje. De verpleger doet zijn uiterste best. Hoewel onze kokkin in het ziekenhuis eten kookt voor ons is dit niet voor de patiënten. De zeven kinderen, van het echtpaar, zijn ergens bij familie ondergebracht. Diezelfde familie die moet zorgen dat de zieken ook eten krijgen, zo gaat dat nu eenmaal in Afrika. Even later komt er een jongen binnen, misschien 25 jaar. Hij heeft met zijn hand in een kettingzaag gezeten, (waar halen ze die vandaan?) de vingers zitten er nog aan en worden met naald en draad gewoon dichtgenaaid. Pijn speelt geen rol, alleen de ogen spreken boekdelen. Er komt een platte kar aan die door een ezel wordt voortgetrokken. Er ligt een vrouw op die ziek is. De verpleger constateert, malaria. Ezel en kar gaan terug naar het dorpje van de vrouw. Het eten is klaar en we schuiven aan tafel en wat zo raar is het eten smaakt voortreffelijk. Je begrijpt niet hoe het mogelijk is dat wij ons zo kunnen verplaatsen van het ene uiterste naar het andere. Als we na 15 dagen weer op schiphol landen en we zien alle weelde , de schreeuwende reclame’s van rotzooi die we eigenlijk helemaal niet hebben willen, dan denk je, ja we zijn in Nederland geland en het is hier de hemel op aarde, maar deze hemel is zo klein.

PKK of PKN.

Een kerkdienst in Gambia beleven is iets heel anders dan in Nederland. En als protestant, een katholieke dienst meemaken in een islamitisch land, kan de mens soms tot denken brengen.
Zelf kom ik uit een oerdegelijk christelijk gezin uit een toen nog van de wereld afgesloten Krimpenerwaard.
Toen ik dan zondag in Gambia in de Rooms Katholieke kerk zat om daar de mis mee te maken, werd ik ineens bepaald bij de gedachte van PKK of PKN. De één staat voor één christelijke kerk, maar ik zie alleen maar scheuringen en wie dan ook de schuldige moge zijn ‘altijd de ander natuurlijk” en de ander staat voor een groep mensen in Turkije waar men ook met dwang de wil van de ander wil opleggen, en ook hier geld, de één heeft gelijk en de ander is schuldig.

Er was een geweldig koor in de kerk. Zeker 50 man groot en ze zongen zoals alleen zwarte dat kunnen zonder bladmuziek maar volledig uit het hart, zelfs van het gezang gaat een boodschap uit.
De voorganger preekte niet van zijn daarvoor klaarstaande katheder maar liep al prekend door de kerk wat op mij weer een special indruk maakte. Er werd gepreekt over het terugkrijgen van iets.
U weet vast wel de verloren zoon die terugkeert en het verdwaalde schaap, maar als eind, de vreugde die er heerst bij het eindpunt. En ik vond dat wel passend op de afkortingen PKK en PKN. Het terugkrijgen van één kerk of het terugkrijgen van de vrede met de Koerden.
Het gaf mij wel even te denken, ‘zit ik in de goede kerk en onder de goede verkondiging’ het koor was in ieder geval perfect.
Op zo’n moment krijgt het geloof wel weer een heel andere betekenis, dwars tegen alle PKNnen en PKKaas in. Het koor sluit de dienst verrassend af onder de geweldige jambeklanken met het overbekende waarheen waarvoor, ik zal maar zeggen bekend van Mieke Telkamp,
En wie zijn wij?

De volgende dag brengen we een bezoek aan de projecten in Jiboro. En het is goed te zien hoe prachtig het nieuwe ziekenhuis erbij staat zowel van binnen als van buiten, en alle andere activiteiten die nu in aanbouw zijn zoals een tandartsen praktijk en een skilcentrum waar de vrouwen opgeleid gaan worden om stoffen te batikken en te verwerken tot kleding om zo in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
Geweldig toch om zonder ‘hoofdletters’ met elkaar in eenheid mee te mogen helpen om ergens op de wereld, in dit geval Gambia, de mensen daar een betere toekomst te mogen bieden zodat ze niet langer hun hand op hoeven te houden.
Waarheen waarvoor, ja het lijkt mij overduidelijk.